|
1 juli 1988. De dag dat onze grootste hobby, ons tweede leven, onze vlucht uit de dagelijkse rompslomp geboren werd. THOR Waterschei en KSV Winterslag besloten dat het mooi geweest was, en de fusie tussen de twee Genkse deelgemeenten leidde tot Koninklijke Racing Club Genk.
De inmiddels ov erleden trainer Ernst Künnecke (eerder trainer van o.m. Patro Eisden, Waterschei en Winterslag) kreeg de eer om als eerste trainer van KRC Genk door het leven te gaan. Helaas, het eerste seizoen kunnen we vrij kort samenvatten: een ramp. Met slechts twee overwinningen bleef het degradatiespook aan de Noordlaan kamperen. Een schamele 15 punten zorgde ervoor dat KRC Genk in zijn eerste seizoen niet meteen een overtuigende indruk naliet, en samen met het toenmalige RWDM werd tweede klasse in het seizoen 1989-1990 met een bezoekje vereerd. Ernst Künnecke was in de loop van het dramatische seizoen al de (Noord)laan uitgestuurd, en René Desaeyere kwam over van SK Beveren om de blauwwitte trots terug naar eerste klasse te loodsen. Wel, hij bracht in ieder geval zichzelf al naar eerste klasse, door reeds na enkele maanden naar Germinal Ekeren te verkassen. De flamboyante Enver Alisic kreeg de touwtjes in handen, en leidde KRC Genk naar een vierde plek, op zes punten van kampioen RWDM. Samen met FC Boom, Zwarte Leeuw en Lommel mocht KRC Genk strijden voor een promotieticket. Op 31 mei 1990 stond de beslissende wedstrijd Zwarte Leeuw - KRC Genk op het menu. Het eerste Genkse koningskoppel Carmel Busuttil - Frane Bucan maakte samen met rechtsbuiten Alain Hermans brandhout van de Zwarte Leeuwen, en met een klinkende 2-7 overwinning was de promotie een feit.
Men wou uiteraard geen tweede keer een mal figuur slaan in eerste klasse, dus werd er op zoek gegaan naar versterking. Paul Theunis nam het roer over van Enver Alisic, van Charleroi kwamen Norbert Beuls en "held van Mexico '86" Leo Van Der Elst over, en Arisvaldo Pereira moest in de aanval voor doelpunten zorgen. Het werd een vrij rustig seizoen, dat KRC Genk afsloot op een 14e plek. Dé wedstrijd van dat seizoen was uiteraard de derby op de voorlaatste speeldag. In een rond het veld zeer woelige wedstrijd scoorde Anges N'Gapy de enige treffer van de wedstrijd, en zond daarmee onze zuiderburen definitief naar tweede klasse. Tot spijt van Jef "Krijg De" Cleeren die het benijdt. 19 mei 1991 ... KRC Genk bestond goed drie jaren, en onze eerste vijand was al gemaakt.
Paul Theunis was de eerste trainer die een volledig seizoen volmaakte, en dus meteen ook de eerste trainer die aan een tweede ambtstermijn mocht beginnen. Onder andere Patrick Goots en de Slovaak Peter Fieber kwamen de troepen versterken. KRC Genk nam met een 5 op 6 een goede start, maar zakte daarna snel terug. Na elf wedstrijden werd de samenwerking tussen KRC Genk en Paul Theunis (voorlopig) stopgezet, en Pier Janssen kwam over van Lokeren om het als speler/trainer te proberen. Er werd slechts nog één hoogtepunt bereikt in de resterende wedstrijden, maar wat voor één! Het kleine broertje KRC Genk ging met 0-2 winnen op het fiere Anderlecht. Die overwinning kon echter niet voorkomen dat KRC Genk pas op de voorlaatste speeldag zekerheid had over het behoud. Met Patrick Goots als speerpunt werd SK Beveren met 0-3 afgedroogd, en een nederlaag van KV Kortrijk zorgde voor een extase in het goedgevulde bezoekersvak. Na Sint-Truiden konden nu ook de straten van Beveren kennismaken met feestvierende Genkies ... dit keer iets vrediger dan de vorige keer.
KRC Genk nam dat seizoen ook afscheid van een monument. Een clubicoon zoals er nog maar weinigen gemaakt worden. Pierre Denier, met nummer 7, speelde sinds 1974 bij FC Winterslag. Hij maakte degradaties, promoties en de fusie mee, tot hij er in 1992 mee ophield. Tot op de dag van vandaag is hij verbonden gebleven met de club. Meteen na zijn spelerscarrière ging hij aan de slag als assistent-trainer. Pierre, vanwege alle supporters: bedankt! 1992-1993 werd voor KRC Genk een vrij kleurloos seizoen. Luc Beyens kwam over van Club Brugge, en bij Club Luik werd Gert Claessens weggeplukt. Maar de transfer van het seizoen was die van de inmiddels overleden Suad Katana. De Bosnische nummer 2 bleek de revelatie van het seizoen te worden. Met zijn technische kwaliteiten zocht hij telkens naar de voetballende oplossing. Het seizoen werd uiteindelijk afgesloten op een 15e plaats, net boven Lommel dat in eerste klasse kon blijven door een 4-2 overwinning tegen KRC Genk op de laatste speeldag. Eén vijand in eigen provincie was blijkbaar voldoende!  Er werd in het tussenseizoen aan kwaliteit ingeboet, met de uitgaande transfers van Jacky Mathijssen (Lommel), Leo Van Der Elst (Eendracht Aalst) en Peter Fieber (SV Meppen). En dat betaalde zich cash. Met slechts vier overwinningen maakte Genk en omgeving zich weer op voor een jaartje tweede klasse. Alsof de sportieve malaise nog niet genoeg was om onder een steen te kruipen, nam ook de trainerscarrousel een vrij belachelijke proportie aan. Pier Janssen hield het tien wedstrijden uit, waarna de bij Anderlecht ontslagen Luka Peruzovic werd gehaald. Geen drie maanden hield hij het uit, en Pierre Denier en Norbert Beuls vervolledigden het seizoen op de trainersbank. Ook zij konden niet beletten dat KRC Genk een ticket naar tweede klasse kreeg.
Buiten eerste klasse nam KRC Genk nog afscheid van een dierbaar bezit: na het nummer 7 van Pierre Denier nam ook het nummer 8 van clubicoon Carmel Busuttil afscheid van KRC Genk en zijn supporters. Hij trok opnieuw naar zijn geboorteland Malta om aan de slag te gaan bij Sliema Wanderers. Hij speelde op dat moment al bij KRC Genk sinds het ontstaan van de club, en scoorde 45 doelpunten in 166 wedstrijden. Carrrrrrrmel Busuttil, bedankt!
KRC Genk maakte zich op voor tweede klasse, en men was vastberaden om er niet lang te blijven. Met Enver Alisic werd een oude bekende teruggehaald, en hij nam enkele spelers met zich mee. Branko Strupar, Besnik Hasi en Jacky Peeters bleken succesvolle transfers te zijn. Ook Domenico Olivieri kwam na een omzwerming bij Seraing terug naar zijn heimat. Maar er waren ook minder succesvolle transfers, zonder echt namen te noemen. Wel, ééntje dan ... Leo Maric. Maar in feite kan met een stoute uitspraak gezegd worden dat hier de basis werd gelegd voor de latere successen. Met 28 doelpunten in 30 wedstrijden bleek Branko Strupar een ontzettende goalgetter. Dat bleek echter niet genoeg, en KRC Genk kwam, net zoals Beerschot trouwens, één punt tekort om kampioen Waregem voorbij te steken. Ook in de eindronde kon KRC Genk zich niet verzekeren van promotie. Het was, toch een verrassing, Harelbeke die naar eerste klasse mocht.
Door dat extra jaartje tweede klasse liet KRC Genk zich absoluut niet uit zijn lood slaan, en ging op zoek naar nog meer versterking. Philippe Clement kwam over van rivaal Beerschot, en Fabian Komljenovic was een vierde Kroatische transfer van trainer Enver Alisic. Ondanks goede prestaties moest die laatste reeds na elf wedstrijden plaats maken voor Aimé Antheunis, die overkwam van Waregem. Als tweedeklasser maakte KRC Genk naam en faam in de beker. De loting bracht KRC Genk naar het fiere Anderlecht, samen met duizenden Genkies. Het onmogelijke gebeurde, KRC Genk kon de wedstrijd naar verlengingen brengen! Daarin bleek het echter te zwak, en ging alsnog met 3-0 de boot in. Na een zeer spannende titelstrijd met KRC Genk en Lokeren in de hoofdrol, maakte voetbalminnend België zich op 13 april 1996 op voor een kraker van jewelste. Een volgepakt Daknam met duizenden Genkies in de uitpuilende bezoekersvakken zagen Lokeren de eindwinnaar worden. 3-1 werd het, met Remco Torken in een hoofd(d)rol. Niet getreurd, er kwam echter goed nieuws uit Luik. Door de fusie tussen Standard en Seraing kwam er in eerste klasse nog een plaatsje vrij, dat weggelegd was voor de vice-kampioen uit tweede klasse. Met name KRC Genk. Na twee jaren in tweede klasse werd er besloten dat het nu wel genoeg was, en het blauwe legioen maakte zich weer op voor eerste klasse. De opmars werd ingezet!
Er was heel wat activiteit op de transfermarkt. Geboren en getogen Genkenaar Ronny Gaspercic verliet de club en ging bij Harelbeke aan de andere kant van het land aan de slag. Stijn Haeldermans, Bart Goor, Daniël Kimoni, Chrzysztof Bukalski, Istvan Brockhauser en Souleymane Oulare kwamen de kern versterken. Als degradatiekandidaat nummer 1 verraste KRC Genk met fris en aanvallend voetbal. Op de tweede speeldag viel er al meteen een merkwaardig resultaat te noteren. Het grote Standard kwam op bezoek. Na iets meer dan een uur zette Wilfried Delbroek de thuisploeg op voorsprong, maar een dikke tien minuten voor tijd maakte de onvermijdelijke Michael Goossens weer gelijk. Toen besloot Besnik Hasi dat het mooi geweest was. Hij ontbond zijn duivels en schotelde supersub Bart Goor vijf minuten voor tijd de 2-1 voor, alvorens één minuut voor tijd zelf de 3-1 binnen te leggen. Het Thyl Gyselinckstadion ontplofte in dat seizoen voor een eerste keer. Een tweede ontploffing kwam in de lente van 1997. Letterlijk, zal Geert De Vlieger gedacht hebben, terwijl hij alle mogelijke vuurwerkprojectielen probeerde te ontwijken. Een zwalpend Anderlecht kwam op bezoek, maar vlak na rust scoorde Bruno Versavel tweemaal. Op het uur maakte Daniël Kimoni na een corner zijn enige doelpunt van het seizoen, en tien minuten later bracht Strupar vanop de stip KRC Genk weer langszij. Iedereen maakte zich op voor een gelijkspel, tot Johan Walem onder de ogen van Bart Goor begon te knoeien. Hij ging huppelend, zoals alleen Bart Goor dat kan, richting Geert De Vlieger en schoof in blessuretijd de 3-2 binnen! Onder andere door deze overwinning behaalde KRC Genk zijn beste resultaat ooit, en met een achtste plek werd Intertoto-voetbal behaald. Men kon alleen dromen dat volgend seizoen nóg beter kon. Maar, het kon! Stijn Haeldermans (Standard) en Bart Goor (Anderlecht) zochten dan wel andere oorden op, bij VfL Bochum werd spelmaker Thordur Gudjonsson weggeplukt en de onverzettelijke Chris Van Geem kwam over van Waregem. Na een zwak seizoen behaalde Souleymane Oulare een niveau om U tegen te zeggen, en samen met Branko Strupar was het koningskoppel een ware geseling voor menig verdediging. In de competitie stond geen maat op Club Brugge, en zij werden de terechte kampioen. Maar niet zonder eerst afgedroogd (letterlijk en figuurlijk) te worden door dé revelatie van het seizoen: KRC Genk! Club Brugge voelde al nattigheid bij aanvang van de wedstrijd. En terecht. De hemel liet zich die vrijdag 6 maart 1998 volledig gaan, en KRC Genk en Club Brugge - maar toch vooral KRC Genk - zorgden voor een schitterend waterspektakel. Na 17 minuten had Branko Strupar er al twee in het mandje gelegd, en Chris Van Geem maakte net voor rust de vernedering compleet. 3-0, en de landskampioen stond weer even met de voetjes op de grond.
Maar niet alleen in de competitie gooide KRC Genk hoge ogen. In een waanzinnige slotfase van de halve finale van de Beker van België kreeg Tomasz Radzinski een niet te missen kans. Maar gelukkig deed hij dat wel, en het blauwe legioen maakte zich op voor een trip naar de Heizel! Daarin trof het weer landskampioen Club Brugge. KRC Genk kende een moeilijk einde van de competitie, met o.m. nederlagen tegen Lierse, Standard en Moeskroen. Club Brugge werd dan ook door zowat alle experts naar voren geschoven als dé bekerwinnaar. KRC Genk zat namelijk al op zijn tandvlees. Maar dat was niet zonder KRC Genk zelf gerekend. 4-0 werd het. Jawel, vier-nul! De eerste tastbare prijs was binnen, precies tien jaren na het ontstaan van de club.
Hoog tijd om ons te tonen in Europa, dachten de mannen van Aimé Antheunis. In de allerlaatste Beker der Bekerwinnaars van de geschiedenis dan nog wel. En of we ons toonden. Apolonia Fier werd nog gemakkelijk en zoals verwacht aan de kant gezet. De volgende klant was al iets moeilijker: het Duitse MSV Duisburg. In Duitsland kon KRC Genk dankzij een stevige kopbal van Juha Reini nog een deftige uitgangspositie bemachtigen, en werd het 1-1. In het Koning Boudewijnstadion werden echter alle registers opengetrokken. Een ongelofelijke en kippenvelbezorgende wedstrijd zorgde voor een schok door heel Europa. Of toch tenminste half Europa. Met de gouden driehoek Strupar, Gudjonsson en vooral Oulare als smaakmakers werden de Duitsers met zware 5-0 cijfers terug de grens overgezet. In de volgende ronde mochten we het opnemen tegen Mallorca. Dani Garcia zette in het Koning Boudewijnstadion de Spanjaarden op voorsprong, net voordat Koning Oulare de 1-1 binnenkopte. In een spannende terugwedstrijd bleef het 0-0, waardoor KRC Genk ongeslagen het tornooi moest verlaten ten voordele van latere finalist Mallorca. Alsof dat nog niet mooi genoeg was, ging het in de competitie op wieletjes. En niet zomaar wieletjes. Na twee overwinningen tegen onze Limburgse vrienden Lommel en STVV (bedankt, en no hard feelings I hope!) maakte KRC Genk zich op voor het kampioensfeest. Maar Anderlecht deed waar het goed in was, en kwam het feest verstoren. Daardoor moest KRC Genk nog één week wachten, alvorens de supporters het mooiste moment van hun leven mochten beleven. Na een spannende wedstrijd won KRC Genk met 1-2 op Harelbeke, en de titel was een feit! 16 mei 1999, precies één jaar nadat de beker werd gewonnen, mocht de titel van landskampioen op het palmares toegevoegd worden. "Hoe kan iemand zo stom zijn om hier weg te gaan?" waren de woorden van Aimé Antheunis op het kampioensfeest, en weg was hij. Hij trok naar de hoofdstad om Anderlecht te leiden, en zadelde ons op met Jos Heyligen. U weet wel, degene die KRC Genk wou leren voetballen. Hoe dat afliep, zullen we kort en bondig samenvatten: slecht. Een dramatische voorronde in de Champions League zorgde voor een zwarte bladzijde uit de geschiedenis. Maribor bleek te sterk. Nooit gedacht om zo een zin te typen, om eerlijk te zijn ... Ook in de competitie draaide het niet zoals het moest, en ondanks een tweede plaats moest Jos Heyligen na een 1-2 verlies tegen Charleroi het nieuwe Fenixstadion verlaten. Dat verlies werd door de Genkse fans echter beter verteerd dan de eerder dat seizoen naar Derby County vertrokken Branko Strupar. De flamboyante Johan Boskamp nam het roer van Jos Heyligen over, maar kon niet beletten dat KRC Genk wegzakte naar een achtste plaats.
Wat hij echter wél kon doen, was KRC Genk naar een tweede bekerfinale loodsen. Standard was te zwak. Besnik Hasi zette een mooi orgelpunt achter zijn Genkse carrière (hij ging "papa" Aimé achterna naar Anderlecht), en krulde met een heerlijke vrije trap de 4-1 cijfers op het bord.
In het tussenseizoen ging KRC Genk op zoek naar versterking. Bij GBA werden Jan Moons en Wesley Sonck weggehaald, en ook Thomas Chatelle en Didier Zokora kwamen de Genkse rangen versterken. Nog iemand die dat poogde te doen was David Paas, die overkwam van Harelbeke. Het werd echter een dramatisch seizoen, dat op een povere elfde plaats afgesloten werd. Johan Boskamp was er door privéproblemen niet volledig met zijn gedachten bij, en werd in december opgevolgd door Pierre Denier. Het enige positieve aan het seizoen 2000-2001 was (buiten het feit dat het volgend seizoen alleen maar beter kon) het bekerparcours. KRC Genk bereikte de halve finales, waarin tweedeklasser Lommel zijn opwachting maakte. Maar het zat echt niet mee, en Lommel behaalde de finale.
Het bestuur van KRC Genk ging naarstig op zoek naar een nieuwe trainer, en vond die vlak over de grens. Bij Roda JC werd de sympathieke en gezellige man Sef Vergoossen weggeplukt, en hij was de ideale man om KRC Genk terug op de rails te krijgen. Bij GBA werd dit keer weer een spits weggehaald, met name Moumouni Dagano, en samen met spitsbroeder Sonck scoorden zij onder hun twee maar liefst vijftig doelpunten. Met een middenveld Daerden - Skoko - Thijs - Beslija gooide KRC Genk hoge ogen in de competitie. Op de voorlaatste speeldag verzekerde KRC Genk zich van de titel, nadat concurrent Club Brugge op het veld van STVV verloor (wederom bedankt, en nog steeds geen hard feelings I hope!). 2002-2003 werd een vreemd seizoen. In Europa behaalde KRC Genk zowaar de groepsfase van de Champions League, na een onwaarschijnlijke Hitchcock-thriller tegen Sparta Praag. Daarin stond KRC Genk in mooi gezelschap tussen AEK Athene, AS Roma en Real Madrid. Alleen AEK Athene stond een beetje verdwaasd tussen die andere drie grootmachten, anders was dit echt wel een groep des doods geweest. Helaas duurde dit avontuur maar één ronde, toch krijgt menig KRC-supporter kippenvel bij het weergalmen van de Champions League-hymne door ons eigen Fenixstadion. In de competitie verliep het minder vlot, en eindigde KRC Genk op een magere zesde plaats. Met als enige uitschieter een 9-0 overwinning op KV Mechelen. Ook in de beker werd een mal figuur geslaan, en homeboy Domenico Olivieri schoot zijn ploeg La Louvière vanop de stip een ronde verder. 2003-2004 was het derde seizoen voor Sef Vergoossen aan het hoofd van KRC Genk, maar de ambities konden ook nu niet waargemaakt worden. Hij moest voortijdig de club verlaten, en Pierre Denier en Ronny Vangeneugden namen tijdelijk het roer over.
Voor het volgende seizoen werd René Vandereycken aangesteld als trainer. Uit Nederland bracht hij Orlando Engelaar mee. Met het label van defensieve trainer trok hij met KRC Genk doorheen België, en eindigde na een sterk competitieslot op een gedeelde derde plek, samen met Standard. Testwedstrijden moesten beslissen wie van de twee rivalen Europa mocht intrekken. In de heenwedstrijd zette Nenad Stojanovic enig mooi Kevin Vandenbergh alleen voor Runje, maar door immense druk en een ingebeelde strafschop won Standard nog met 3-1. Maar toen kwam de terugwedstrijd. De Genkies droomden, maar waren realistisch. Een schitterende zet van het Genkse bestuur (zij stuurden The Magical Flying Thunderbirds met een Franstalig nummer de wei in) zorgde ervoor dat het hele stadion met het mes tussen de tanden klaarstond. René Vandereycken had de schitterende zet in gedachten om na de opwarming de sproeiers aan te zetten, waardoor de Standard-spelers het even niet meer wisten. KRC Genk startte furieus, en had na 9 minuten de achterstand al weer weggewerkt. Dank u, Nenad Stojanovic en Kevin Vandenbergh! Die laatste had er echt zin in, en scoorde een kwartier voor tijd de 3-0. Eén van de mooiste wedstrijden van de laatste jaren zorgde voor een nooitgeziene explosie in de Genkse vakken. Maar het was een publiek geheim dat voorzitter Jos Vaessen en trainer Vandereycken niet door dezelfde deur konden. Vanderecyken werd aan de kant gezet, en vervangen door de bij Anderlecht ontslagen Hugo Broos. Toegegeven, de man heeft een aardig palmares. Hij blijft er zelf bescheiden over, dus zullen wij eventjes benadrukken dat hij zowel als speler en als trainer mooie dingen heeft verwezenlijkt. Maar in het eerste seizoen had hij zijn ontslag bij Anderlecht nog niet verteerd, en kon zich niet volledig richten op KRC Genk. Het werd nog erger, toen KRC Genk in Europa uitgeschakeld werd door het nietige Litex Lovech, maar vooral toen STVV voor het eerst in de geschiedenis op eigen veld won van KRC Genk. Weliswaar "maar" voor de Beker van België, maar toch. In de competitie kon KRC Genk zich nooit mengen in de debatten, en we sloten af op een magere vijfde plaats. Het tussenseizoen werd overschaduwd door misschien wel de zwartste periode uit de Genkse geschiedenis. Een zekere Steven Defour kon het niet verkroppen dat hij niet naar Ajax mocht, en zijn entourage spoorde hem aan om de befaamde wet van '78 te gebruiken waardoor hij zijn contract bij KRC Genk kon ontbinden. Uiteindelijk stond KRC Genk met zijn rug tegen de muur, en verkocht hun raspaardje voor een symbolische één miljoen euro naar Standard. Een scenario dat Francis Ford Coppola himself niet beter kon verzinnen. Misschien was dit wel hetgene dat KRC Genk voor het seizoen 2006-2007 nodig had. De pers keerde zich eveneens tegen KRC Genk, waarop de supporters massaal achter de ploeg gingen staan. Uit Kroatië werden Ivan Bosnjak en Goran Ljubojevic gehaald. KRC Genk was geprikkeld, en dat resulteerde in de éne overwinning na de andere. Lange tijd kon KRC Genk standhouden als leider in de competitie, maar op de voorlaatste speeldag werd de rol gelost. Anderlecht was weer maar eens de spelbreker, en ging met de hoofdprijs lopen. Het seizoen 2007-2008 was er één om zeer snel te vergeten. Het begon al dramatisch, met de Europese uitschakeling tegen FK Sarajevo. De spelersgroep morde, en kon niet overweg met trainer Hugo Broos. Na de thuisnederlaag tegen STVV (wéér maar eens bedankt, en nog stééds geen hard feelings I hope?!) werd hij bedankt voor bewezen en niet-bewezen diensten, en nam Ronny Vangeneugden het roer over. Er volgde nog één uitschieter: 2-6 op het veld van Club Brugge! Desondanks werd het seizoen afgesloten op een magere tiende plaats.
|